Vetpercentage meten
Aangezien het BMI (Body Mass Index) geen rekening houdt met het aandeel spiermassa/vetmassa in het lichaam, zoeken we een alternatief meetinstrument: een voorwerp dat het vetpercentage meet, de huidplooimeter .Vetweefsel maakt een belangrijk deel uit van ons lichaam, maar teveel is natuurlijk niet goed en een indicator voor een verhoogd gezondheidsrisico. In onderstaande tabellen kunt u kijken naar de precieze getallen.
Het meten van uw vetpercentage.
Tegenwoordig is het vetpercentage makkelijk te berekenen. Vele weegschalen hebben deze functie. Jammer genoeg leidt dit te te vaak tot onnauwkeurige meetresultaten. Beter is de Durnin methode (huidplooimeting). Door middel van een schuifmaat worden op 4 tot 7 plaatsen de huidplooi gemeten. Aan de hand van een tabel wordt dan het vetpercentage geschat. Het is goedkoop, laagdrempelig en snel. Echter, het vereist deskundigheid om uit te voeren en bijgevolg is het ook foutgevoelig. U kunt uw vetpercentage laten meten bij de meeste fitnesscentra en fysiotherapeuten.
Via internet kan men ook tal van berekeningen uitvoeren, de één al wat nauwkeuriger dan de ander. Deze test kan dienen als een indicator. Echter, het is altijd beter als u het vetpercentage laat meten bij een erkende arts. De resultaten zullen een stuk preciezer zijn.
Mannen:
|
Leeftijd |
Goed |
Gemiddeld |
Te hoog |
|
20-24 |
14,9% |
19,0% |
23,3% |
|
25-29 |
16,5% |
20,3% |
24,3% |
|
30-34 |
18,0% |
21,5% |
25,2% |
|
35-39 |
19,3% |
21,5% |
25,2% |
|
40-44 |
20,5% |
23,6% |
26,9% |
|
45-49 |
21,5% |
24,5% |
27,6% |
|
50-59 |
22,7% |
25,6% |
28,7% |
|
> 60 |
23,2% |
26,2% |
29,3% |
Vrouwen:
|
Leeftijd |
Goed |
Gemiddeld |
Te hoog |
|
20-24 |
22,1% |
25,0% |
29,6% |
|
25-29 |
22,0% |
25,4% |
29,8% |
|
30-34 |
22,7% |
26,4% |
30,5% |
|
35-39 |
24,0% |
27,7% |
31,5% |
|
40-44 |
25,6% |
29,3% |
32,8% |
|
45-49 |
27,3% |
30,9% |
34,1% |
|
50-59 |
29,7% |
33,1% |
36,2% |
|
> 60 |
30,7% |
34,0% |
37,3% |